Hoofdstuk 1 - Visie

Pleegzorg gaat uit van de belangen en de rechten van het kind als grondslag voor zijn werkzaamheden. Binnen pleegzorg worden het kind, zijn ouders en pleegouders gerespecteerd en ondersteund en wordt er recht gedaan aan ieders mogelijkheden. Dit betekent voor het kind dat pleegzorg:
1. de identiteit en afstamming van ieder pleegkind erkent;
2. erkent dat kinderen een onverbrekelijke band met hun familie hebben en hun identiteit mede daaraan ontlenen;
3. erkent dat het pleegkind recht heeft op veiligheid, verzorging, ontwikkeling en opvoeding; Wanneer dat (tijdelijk) niet mogelijk is in het gezin van herkomst, zal pleegzorg voorzien in geschikte vervangende opvoeders.
4. het pleegkind zal ondersteunen in het vormgeven van een zo goed mogelijke hechting en binding aan zowel ouders als pleegouders.

Dit betekent voor de pleegouders dat pleegzorg:
1. de pleegouders erkent als samenwerkingspartners in de pleegzorg;
2. vanuit dit partnerschap pleegouders de mogelijkheid biedt tot inspraak in te nemen beslissingen omtrent het pleegkind;
3. de pleegouders zal voorbereiden, ondersteunen en begeleiden, zodat zij optimaal in staat zijn de opvoeding en dagelijkse zorg voor het pleegkind invulling te geven;
4. de pleegouders zal ondersteunen, begeleiden en indien nodig adviseren in de samenwerking met de plaatsende instantie en de ouders.

Dit betekent voor de ouders dat pleegzorg:
1. de ouders erkent als samenwerkingspartners die vanuit hun ouderschap een onverbrekelijke band met hun kinderen hebben;
2. vanuit deze band steeds met ouders zal bekijken in welke mate invulling gegeven kan worden aan de opvoedersrol van ouders;
3. de sociale, religieuze en culturele achtergronden van de ouders en van het pleegkind erkent en daar rekening mee houdt bij de plaatsing;
4. ouders van wie de kinderen in pleegzorg geplaatst zijn, waar mogelijk zal ondersteunen in het (opnieuw) vormgeven van hun ouderschap.

Hoofdstuk 2 - Vormen van pleegzorg

Netwerkpleegzorg: De zorg voor het kind van een bekende, bijvoorbeeld een kind van familie, vrienden of buren. Bestandspleegzorg: De zorg voor een kind dat via Bureau Jeugdzorg een indicatie heeft gekregen en in aanmerking komt voor pleegzorg. Pleegzorg voor korte tijd (Hulpverleningvariant):
a. Crisisopvang: voor kinderen die vanuit een crisissituatie binnen 24 uur geplaatst moeten worden. Na een crisisperiode van 4 weken kan een kortverblijfperiode volgen.
b. Kortverblijf: voor kinderen van wie het toekomstperspectief nog niet duidelijk is. Het kind verblijft in het kortverblijfgezin totdat het perspectief duidelijk is en dat is gemiddeld 6-12 maanden. De tijdsduur is afhankelijk van het traject dat ouders volgen of van wachtlijsten voor onderzoeken.

Pleegzorg voor lange tijd (Opvoedingsvariant):
a. Langverblijf: Het kind groeit op binnen het pleeggezin. Dit kan tot het 18e jaar met begeleiding van pleegzorg.
b. Weekend- en vakantiepleegzorg: deze vorm wordt ingezet ter ontlasting van de thuissituatie of voor kinderen die in een leefgroep of gezinshuis wonen. De frequentie is verschillend en op maat en kan meerdere jaren duren. Elk jaar wordt bekeken of de plaatsing in een weekendpleeggezin nog nodig is.
c. Dagpleegzorg: een kind komt op een aantal doordeweekse dagen in een pleeggezin. Dagpleegzorg kan ingezet worden als de opvoedingstaak voor ouders te zwaar is. De pleegouders delen de taak met de ouders, zodat het kind zich zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen.
d. Buddypleegzorg is een vorm van pleegzorg waarbij het aanbod van pleegouders flexibel is. (c en d kan ook hulpverleningsvariant zijn) e. Specialistische pleegzorg: voor een kind dat problemen heeft op het gebied van sociaalemotionele ontwikkeling, persoonlijkheidsontwikkeling of cognitieve ontwikkeling. De ondersteuning bestaat uit diagnostiek, intensieve begeleiding door een gespecialiseerde pleegzorgwerker en een multidisciplinair consultatieteam, waarvan ook de pleegouder deel uitmaakt. De directe partners van de pleegzorgvoorzieningen zijn de pleegouders, Bureau Jeugdzorg, MEE, de William Schrikker Groep, het AJL van het Leger des Heils en de vier Brabantse pleegzorgorganisaties.

De belangrijkste werkprocessen binnen pleegzorg zijn: de werving en selectie van pleegouders, de ondersteuning en begeleiding van pleegouders, de informatievoorziening en deskundigheidsbevordering van pleegouders en pleegzorgwerkers, de methodiekontwikkeling en de financiƫle vergoedingensystematiek.