Van pupil naar rolmodel

25-mrt-2019

Als Joyce voor het eerst sinds 30 jaar voet zet in voormalig Jeugddorp Maria Rabboni wordt de locatie, die inmiddels Juzt Laanzicht heet, geplaagd door maartse buien. Tussen de hagelbuien door maakt ze een ronde over het bosrijke terrein, bekijkt ze een oude woning en wijst ze ons op de plek waar vroeger het zwembad heeft gestaan. Bij toeval stuiten we tijdens de wandeling op J. die door weer en wind de dieren verzorgt bij Paard en Meer. Zij werkte er eind jaren zeventig ook en kan zich de oude situatie nog goed voor de geest halen. “Heb je goede herinneringen aan je jeugd hier?” vraagt ze belangstellend.  “Zeker”, bevestigt Joyce, maar uit al haar verhalen blijkt dat dit absoluut ook aan haar eigen kracht en motivatie lag. 

Van jongs af aan zorgde Joyce voor haar moeder, broertje en zusje, omdat moeder er niet goed in slaagde voor het gezin te zorgen. Ze was tien toen ze samen met haar kleine broertje uit huis werd geplaatst. Haar zus ging naar haar vader. De vader van Joyce zelf was ondertussen al uit beeld, en ook met diegene van wie ze de achternaam heeft gekregen was er geen goed contact. Dus ook daar kon ze niet naartoe. Na het vertrek van de kinderen kreeg haar moeder nog twee nakomertjes. Bij bijna alle kinderen hoorden weer andere vaders.

In het Jeugddorp Maria Rabboni, op de woongroep Fiesole, vond Joyce eindelijk wat rust en warmte. Op het terrein komen we bij een gebouw aan, dat haast een kopie is van hoe de woongroep gehuisvest was. Hier had ze een goede klik met het vaste team en met de lieve huismoeder. “Die verwende ons een beetje tijdens het koken en was er altijd voor je met een kopje thee na schooltijd.”

Hoe was het om haar jeugd hier in het Jeugddorp door te brengen?
“Zo gewoon mogelijk eigenlijk. Ze bootsten hier het normale leven na. Je stond op, samen eten, op de fiets naar de basisschool en ’s avonds tv kijken of huiswerk maken.” Hobby’s had ze niet echt, maar er waren zoveel kinderen dat ze altijd wel een speelkameraadje had. “Buiten schooltijd gingen we de bossen in of naar het zwembad. En er was ook een winkeltje hier voor de bewoners, waar je een snoepje kon kopen van je zakgeld.”  Ze herinnert zich ook nog goed de musical waarin ze meespeelde en de fietsvakantie naar Vucht, Waalwijk en Loon op Zand, waarbij ze op boerderijen sliepen. Want ook al woonde ze op de groep, ze kwam ook wel buiten het terrein. “Woensdag gingen we vaak knutselen in het dorpshuis en toen ik ouder was ging ik ook op de fiets naar de Warande”. 

Inmiddels is de veertiger zelf moeder van twee dochters, gelukkig getrouwd en heeft ze een pittige baan in de zorg. Maar dat is haar wel toevertrouwd: Joyce heeft geleerd waar nodig dingen van zich af te zetten. Voordat ze op eigen benen kon staan, heeft ze een lang jeugdzorgtraject doorlopen van woongroep tot zelfstandigheidstraining en begeleid wonen. Een tijdje was ze ook opgenomen in een pleeggezin, maar in haar herinnering wilden zij alleen haar broertje hebben. Zij was te oud en er ontstond een onhoudbare situatie tussen elkaar. Ze werd hierna naar De Driekant (Vughtstraat) geplaatst.

“Op een gegeven moment liep ik vast en toen ben ik naar de Viersprong geplaatst. Vanuit Viersprong naar zelfstandigheidstraining en begeleid wonen.” Ook op deze plek was er de rust van een vertrouwde omgeving en vaste gezichten, net als in haar tijd op het Jeugddorp. Na haar achttiende ging ze begeleid wonen en begon ze aan haar opleiding Verpleegkunde.   

Hoe ze het allemaal volgehouden heeft? “Je moet wel.” zegt ze. Wellicht de aard van het beestje ook. Ze heeft het altijd zelf moeten doen. Een paar jaar terug is haar eigen moeder overleden. Er was al heel lang geen contact meer, maar op haar sterfbed is ze nog langs geweest om afscheid te nemen. Voor haar was het goed zo, ze heeft het afgesloten en achter zich gelaten. 

Vaak zijn problemen intergenerationeel en zie je in de hulpverlening dat patronen van vroeger zich herhalen. Wat bijzonder is in de situatie van Joyce en haar gezin, is dat ze deze cyclus heeft doorbroken. Nu ze zelf moeder is, doet ze het anders; “Mijn eigen kinderen zullen niks tekort komen. Ik wil ze onvoorwaardelijke liefde geven. Van mij krijgen ze duidelijkheid maar ook mooie jeugdherinneringen.” Voor pleegouders en andere opvoeders heeft ze nog wel een tip ten slotte: “Probeer er niet te veel aan te trekken, maar kijk goed wat de behoeften zijn van het kind zelf.”